Deurnes district bevestigd in het eigen buikgevoel
Bron : Gazet van Antwerpen
Het district Deurne bestelde een tevredenheidsonderzoek bij de Universiteit Antwerpen. De vorsers zeggen dat Deurne geen ziel heeft. Maar heeft een district een hart nodig? En hoe kan de overheid eraan verhelpen? Deurne is in bevolkingsaantal het grootste van de negen Antwerpse districten. Met 70.000 inwoners zou een niet-gefuseerd Deurne trouwens niet misstaan als centrumstad. Maar de fusie heeft er anders over beslist.
Waar de fusie niks in de pap te brokken had, is het uitzicht van het district. Deurne is als vanouds in tweeën gedeeld, met
Deurne-Noord en Deurne-Zuid elk aan hun kant van het Rivierenhof. Nog voor de studie werd besteld, had het districtscollege een vrij klare kijk op Deurne. Het noemde Deurne een groene deelgemeente, met brede straten en ruimte voor fietspaden. Maar Deurne is ook grijs en eentonig. Het is een wat groot uitgevallen dorp waarin een buitenstaander niet makkelijk zijn weg vindt, omdat Deurne nu eenmaal geen centrum heeft. Het districtscollege vond dat Deurne iets heeft van ’smalltown America’: u rijdt er door zonder te beseffen waar u bent.
Als een deelgemeente op die manier wordt beschreven, is het allerminst gek dat de meningen over de tevredenheid anders klinken in de verschillende wijken.
Globaal bekeken is er een grote ontevredenheid in het noorden van het district, in de wijken tegen het Albertkanaal. In de oostelijke wijken, naast Wijnegem en Schilde, is de tevredenheid groot. Maar er heerst, net zoals aan de andere kant van het Rivierenhof, een grote angst voor verloedering. Het is goed toeven in het zuiden van Deurne, maar de overheid mag deze gegoede wijken niet loslaten, want de verzuring en de maatschappelijke ontevredenheid loeren er om de hoek.
Daarmee zijn we bij de hamvraag: heeft Deurne een Grote Markt nodig? Neen, want het Rivierenhof zal het district altijd verdelen. Daarom is het beter te werken aan het verlevendigen van buurten. Dat kan door te investeren in winkelstraten en horeca. Ja, horeca. Het ontbreken ervan in bepaalde wijken, gekoppeld aan het wegtrekken van buurtwinkels, bakkers en beenhouwers, ligt aan de basis van de onvrede.
Het district heeft dat al begrepen en investeert in een nieuwe Turnhoutsebaan. Daar mag het niet bij blijven. Startpremies voor winkels, sociale koopwoningen en gerichte investeringen van huisvestingsmaatschappijen kunnen de heropleving inluiden.